Wekenlang heb je voor je moeder gezorgd. Nu is ze overleden. Jij wilt terug naar je eigen leven. En je moet nog van alles regelen ná de uitvaart. Herken je deze situatie?

Daar zit je dan. Eigenlijk zit je niet, je hangt op die stoel. Je hangt in je lijf, in je leven op dit moment. Herken je dit ? Afgelopen week is ze begraven. Er waren veel mensen op de begrafenis. Familie van ver, ooms en tantes. Zelfs uit het buitenland, ook mensen van dichterbij: vrienden, buren, ouders van vriendjes van jullie kinderen. Eigenlijk ben je al weken, maanden als je er op terugkijkt, bezig geweest met je moeder. Dat herken je vast wel.

Hoe begon het naderende einde van je moeder ook weer?

Het begon toen ze zo’n drie jaar geleden viel. Nadat ze tijdelijk in een verpleeghuis mocht verblijven, moest ze weer terug naar haar eigen huis; jouw ouderlijk huis. Je had ervoor gezorgd dat er iedere dag thuiszorg kwam. Deze vriendelijke en praktische verpleegkundigen wasten je moeder en kleedden haar aan. Iedere week als je boodschappen deed, nam je ook voor haar de boodschappen mee. Dat werd iedere week minder. Ze kreeg steeds minder trek. En drinken smaakte haar ok steeds minder. De huisarts kwam trouw een keer per week langs om te polsen hoe t met je moeder ging. Hij belde je na zijn bezoek vaak vanuit de auto op weg naar een volgende patiënt. Samen concludeerden jullie dat de weg bergafwaarts was ingeslagen. Er was geen weg meer terug. Regelmatig probeerde je met je moeder te praten over hoe het nu verder moest. Wat wilde ze? Hoe wilde ze dat? Ze wuifde je vragen weg. Zo ver was het nog lang niet… Ja, ja. Herken je vast. Hoe vaak waren jullie al niet gebeld door de thuiszorg? “Het gaat wel erg slecht met je moeder. Kijk wat je kunt organiseren voor je kinderen en kom”. Je verliet dan op stel en sprong je werk. Met je jas al aan riep je tegen je collega’s dat je er vandoor moest, naar je moeder. Want het ging nu echt gebeuren. Vanuit de auto belde je de moeder van een van de vriendjes van school. Weer vragen of zij de kinderen uit school kon meenemen naar haar huis. “Kunnen ze misschien blijven want ik heb geen idee hoe laat t vanavond wordt? Top. Dankjewel”. Je belde ook nog even je man. Melden dat je weer onderweg bent naar je moeder. En of hij vanavond de kinderen wil ophalen.

En toen overleed je moeder.

Twee weken terug kwam je na zo’n moment weer aan bij je ouderlijk huis. Daar lag ze. Leefde ze nog? Ze zag haar borstkas om wel op en neer bewegen. De huisarts en de verpleegkundige waren er ook toevallig. Tja, toevallig? Je ging zitten naast het bed van je ouders. Er heerste een bijna vredige stemming in de kamer. Op het nachtkastje stond een foto van je vader. “Ja pap”, dacht je, “ze komt nu snel naar je toe”. Je pakte de hand van je moeder, die voelde lauw warm aan. Nog steeds had ze haar trouwring om. Die leek nu eigenlijk veel te groot. Zachtjes fluisterde je je moeder toe dat ze mocht gaan. “Ga maar naar papa. Het is goed zo”. Vol met allerlei gedachten bleef je zo een tijdje zitten. Er veranderde weinig. Herkenbaar? De huisarts vertrok. Hij zou weer terugkomen als jij zou bellen. Als je moeder was overleden. De verpleegkundige waste je moeder nog een keer en schudde het kussen nog een keer op. “Ik moet door naar de volgende cliënt”, riep ze. Toen werd het stil in huis. Het enige dat je hoorde was de klok in het trappenhuis. En de wind die  buiten waaide. Je moeder ademde nog wel steeds. Het tempo werd langzamer en de kracht  nam af. Je had zin in een kop thee en liep naar beneden. Terwijl het water kookte, liep je de huiskamer in.

Het voelde anders die dag. Bijna zielloos. Je keek ronde en dacht: ”wat een spullen staan hier allemaal”. Je realiseerde dat dit alleen nog  maar de woonkamer was. Je ouderlijk huis  had boven vier slaapkamers en nog een zolderverdieping. Herken je vast. Vanuit de woonkamer liep je naar de gang en vanuit daar kon je  naar de keuken, kelder en de studeerkamer. De kamer van je vader met nog al zijn spullen. Daar had je moeder niks mee gedaan nadat hij was overleden. Ze had gewoon die deur letterlijk dicht getrokken. Je hoorde de fluitketel fluiten en maakte een kop thee. Voorzichtig liep je met kop en al weer naar boven. Op  de drempel van de ouderslaapkamer bleef je staan. Er scheen licht, precies op het gezicht van je moeder. Die lag wel erg stil in bed… Je zette de kop thee neer op het nachtkastje. Je keek nog eens goed naar het bed. Er bewoog niks meer. Je hoorde ook geen adem meer in en uitblazen. Het was over …. Je moeder was het leven uitgegleden toen je een kop thee ging  maken. Verbluft ging je weer naast haar zitten. Kop thee in je handen. Gedachteloos starend naar de gordijnen.

De dagen ná het overlijden:  er gebeurde van alles en je moest veel regelen.

Dat was allemaal twee weken geleden. Wat was er veel gebeurd in de tussentijd. Het leven kwam weer in een stroomversnelling. Jij was nu de enige waar het op aan kwam. Herken je dit? Geen broers en zussen. Je man druk met zijn eigen bedrijf. Hij was juist weer begonnen met het planten van het jonge goed. Die kon niet weg van het land. Je drie jonge kinderen dartelden rond. Nog te klein om te beseffen wat er was gebeurd. Oma was nu in de hemel. Hoe abstract is dat? Je wilde nog overleggen met je man of  je ze oma nog liet zien. Of was dat toch te confronterend? Het eerste gesprek met de uitvaartondernemer kwam. Veel vragen waar je geen antwoord op had. Althans op dat moment. Daar moest je wel even over nadenken. Wat voor kist? Kleur van de bekleding? Kaarten? Tekst? En wat je wilde ná de begrafenis? Koffie en cake? Of kunnen we iets doen meer passend bij je moeder? Of je er nog even allemaal over na mocht denken.

Morgen weer een dag. Gelukkig had je leidinggevende alle begrip voor de situatie waarin je al lange tijd verkeerde. Hij had net zelf zijn schoonvader verloren en herkende de struggle. Iedere dag weer keuzes maken, of voor nu of voor
over een tijd. Je vond het lastig om alles in perspectief te zien. Dat herken je vast. Wat kwam er allemaal kijken bij de begrafenis? Wie zou wat kunnen doen? Wat wilde je zelf eigenlijk? Je sliep slecht in die dagen. Je kon je gedachten niet uitzetten. Oh ja, bloemen. Welke kleur? Op welke begraafplaats lag papa ook weer? Onder welke boom? En natuurlijk moest de naam van je moeder op de grafsteen.

De dag van de begrafenis.

De dag van de begrafenis naderde. School had aandacht gegeven aan het verdriet van je kinderen. ‘s Ochtends in het groepsgesprek in de klas hadden de juffen gevraagd wat er met de oma van je kinderen was gebeurd. En of er nog oma’s of opa’s ‘dood’ waren? En wat was dat dan? Zag je ze dan nog? Waar waren ze dan? Met de klas hadden ze de mooiste tekening ooit gemaakt. Die mocht met oma mee op reis. Afgelopen week was het dan zo ver. Alles had je piekfijn georganiseerd. Tekst op de grafsteen was doorgegeven, blauwe en witte bloemen verwerkt in twee kleine stukken voor op de kist. Je had zelfs een speech geschreven en voorgelezen terwijl spreken in het openbaar nou niet je sterkste punt is.

En nu ben je weer in je ouderlijk huis. Toen je de sleutel omdraaide, voelde het een beetje als gluren. Wat kwam je tenslotte doen hier? De kachel stond laag, een stapel post lag op de deurmat. Planten vroegen om water. Uit de vuilnisbak kwam een onaangename geur. “Hoe ga ik dit in godsnaam allemaal doen”, dacht je. Dat herken je wel. Je man was te druk met de jonge aanplant. Je kinderen waren te klein en moesten gewoon naar school. Geen directe familie die je een handje kon toesteken. Herken je dit?
Langzamerhand bekroop je een ongemakkelijk gevoel. Je moest tenslotte ook weer keer terug naar je werk…. Was er maar iemand die me kon helpen. Iemand die weet wat er moet gebeuren en vooral wanneer. Misschien was juist wel een goed idee om t allemaal zelf te doen. Kon ik mijn emoties ook laten gaan. Maar ja, het dagelijkse leven gaat ook gewoon door. Clubjes van de kinderen, hun trainingen op de woensdagmiddag, boodschappen, huis schoonmaken, wassen en strijken. Je eigen baan, je sportclub. Je dacht dat je langzaamaan gek werd…

Herken je dit verhaal? Misschien zit je zelf precies op zo’n moment in je leven. En zie je het allemaal niet meer zo helder. Je bent bekaf. En nu moet je nog meer doen. Dat kost energie, levert ook emoties op en tijd dat het kost.

Ik kan je helpen. Heb je al bedankkaarten gestuurd na de begrafenis? Moeten er nog rekeningen worden betaald? Samen bekijken we wat er moet gebeuren. En vooral ook wanneer. We verdelen de taken. Je kunt ervoor kiezen om bijvoorbeeld zelf de kasten leeg te halen, de paperassen door te nemen. Of je laat mij dan doen. Verzamel ik alle persoonlijke spullen die jij dan kunt bekijken en doornemen. Ik kan bijvoorbeeld de abonnementen opzeggen en de lidmaatschappen beëindigen. Wat wil je doen met de inboedel? Het linnengoed, de kleding? Verkopen? Via een veiling of garagesale? Anderen er een plezier mee doen? Weggeven voelt beter dan weggooien toch?

Heb je hulp nodig? Bel 06 – 82 86 33 89, stuur een WhatsApp of mail naar elsbeth@bergbosch.nl.