Verjaardag

Een volgende keer gaan we aan de slag in de ouderslaapkamer. In de kast hangen en liggen nog kleren van zijn overleden vrouw. Vanaf het bed vertelt hij over haar. Ze deed altijd alle administratie en oh ja, achter die schotten op deze kamer liggen ook nog allerlei paperassen en zijn muntenverzameling. Het is bijna een soort van gezellig zo samenwerken. Naast verhalen over zijn vrouw hoor ik ook hoe het met hem gaat. Hij heeft inmiddels een testament laten maken. Zijn zoon zal alles krijgen. Was het overlijden van zijn vrouw de reden om het testament te maken of vermoedde hij wat anders? Met zijn gezondheid gaat het snel bergafwaarts. Hij hijgt bij iedere stap. Gaat langzaam zitten en staat moeizaam op. Hij heeft ook allerlei onderzoeken en is daar niet gerust over.
De laatste keer dat ik naar hem toe ga, dat blijkt later, openen we het theetafeltje in de hal. Hij zit op een stoel naast me met een vuilniszak naast zich op de grond. Ik geef hem een stapeltje ansichtkaarten, foto’s en brieven en hij bekijkt ze vluchtig. Herinneringen komen boven. ‘Mag allemaal weg, wat moet ik ermee? Wat moet dat joch (zijn zoon) ermee?’ Dan doe ik de grote kast tegenover het theetafeltje open. Zo’n grote bombastische donkerbruine kast. Vol met linnengoed; handdoeken, dekbedovertrekken, slopen, foto’s, bidprentjes. Geschiedenis. Hik vertelt dat zijn ouders in dit huis zijn getrokken toen opa en oma overleden waren. Deze spullen liggen al zolang in deze kast. Hij had geen idee. Ik ruik een muffige, oude lucht. De kussenslopen zijn verkleurd, de dekbedhoezen gebruikt hij niet. We vinden nog een paar overhemden in de verpakking en inmiddels veel te klein. De volgende keer dat ik zou komen is hij jarig. Hij geeft me geld mee zodat ik taart kan meenemen. Een paar dagen voor deze heugelijke dag belt hij op. ‘Ik ben vandaag voor onderzoek naar het ziekenhuis geweest en ik word woensdag (op zijn verjaardag) opgenomen. Ik weet niet of ik daarna weer naar huis kom of dat ik langer blijf. Want ik ben natuurlijk alleen en kan niet goed voor mezelf zorgen’. We spreken af dat ik hem over een tijdje bel, gewoon om te vragen hoe het met hem is. Wat weken later, bel ik zijn mobiele nummer. Geen gehoor, dat kan. Ik weet immers helemaal niks. Nog een poging. Weer niks. Ik app een berichtje ‘gewoon even weten hoe het met je is?’ Dan twee blauwe vinkjes. Gelukkig. Dan gaat mijn telefoon. Zijn nummer in beeld. ‘Hé Gerard’, zeg ik enthousiast. Ik hoor een stem die zegt ‘nee, je spreekt niet met Gerard maar met zijn zoon…’ De stemmen zijn exact hetzelfde. Eng bijna. Ik ben perplex. ‘Mijn vader is vorige week overleden en morgen is de begrafenis’. Ik moet echt even schakelen. Ik ben stil. De andere stem klinkt een soort van opgewekt. Het is goed zo. Het was een bewuste keuze van mijn vader. ‘Laat mij maar gaan’, had hij gezegd. Zoonlief heeft goed afscheid kunnen nemen. Beter dan bij zijn moeder.