Ik weet hoe het voelt

Ik weet hoe het voelt

Ik weet hoe het voelt

Mijn moeder overleed alweer drie geleden, totaal onverwacht. Ze is 86 jaar geworden en was niet ziek. Gelukkig stierf ze in haar eigen huis en waren wij om haar heen. Mooi toch?

Samen met een broer ruimde ik haar huis op. We begonnen vaak om negen uur ’s ochtends en werkten door tot een uur of twee. Dan waren we, op verschillende manieren, ook wel klaar. Eerst koffie, een lekker muziekje aan en vuilniszakken gereed. Mijn broer begon in de ene kamer en ik in de kamer daarnaast. Alles ging door onze handen en iedere keer wogen we af ‘wil ik dit hebben?’, ‘is dit iets voor jou?’. We maakten foto’s van wat we tegenkwamen en appten dit naar onze broer in Frankrijk. Want die was op afstand betrokken en had natuurlijk ook een stem. Het grappige was dat niet te voorspellen is wie wat wilde hebben. En ik weet nu waardoor dat komt.

 

We hebben allemaal andere of geen herinneringen aan de spullen van onze ouders. Mijn jongste broer herinnert zich bepaalde plekken in het vorige huis niet omdat hij toen een baby was. We vullen elkaar ook aan met onze herinneringen. ‘Weet je nog? Dat stond in de boekenkast in de woonkamer’. ‘En deze kristallen schaal kregen papa en mama toen ze trouwden’. Eigenlijk wil je alles wel meenemen naar je eigen huis. Maar ja, daar heb ik al servies, glazen en schalen. Bovendien, sommige spullen gebruiken we nu helemaal niet meer. En zoals mijn broer al zei: ‘ik wil niet dat mijn huis een museum wordt voor mijn moeder’. Zit ook weer wat in.

Doordat we met z’n tweeën waren, gingen we redelijk snel door het huis heen. Maar toch, die emoties lagen op de loer. De ene keer hadden we daar meer ‘last’ van dan de andere keer. We haalden herinneringen op, lachten en huilden zeker ook en gingen weer door. Het hoort er allemaal bij. En ook bijzonder, om met je broer en m’n andere broer via de app zo bezig te zijn. Eerlijk gezegd, ben ik blij dat ik nu weet hoe het voelt.

Jan

Jan

Jan

Via een uitvaartverzorger was Jan aan mijn naam gekomen. Z’n vader was overleden en nu zocht hij hulp met het leeghalen van het appartement. Op een frisse maandag trof ik Jan aan in het huis van zijn vader. De eettafel stond er nog met twee stoelen, een paar ietwat verlepte planten, een bed dat niet meer was opgemaakt. Wat serviesgoed op het aanrecht. Stapeltjes kleding in de linnenkast.

Jan had een lijst met wat weg kon en wat moest blijven. Sommige spullen zou hij nog proberen te verkopen, andere spullen zou hij meenemen. Samen liepen we door de kamers. Hij meldde terloops dat hij verzamelt en een huis vol heeft dat eigenlijk ook wel eens opgeruimd moet worden. Maar ja, hoe begin je daaraan? En hoe maak je keuzes?

Op een dinsdag in mei was ik weer in het appartement van zijn vader want alle overgebleven spullen werden opgehaald. Ik raadde Jan om die dag niet in het huis van zijn vader te zijn. Je gaat toch de mensen op hun handen kijken. En als er per ongeluk iets kapot valt dan voelt dat voor jou heel anders dan voor iemand die die vaas laat vallen.

Eind juli mailde ik Jan want ik was benieuwd hoe het met hem ging. Of hij het een idee vond om een keer te bellen. Ik kreeg een dag later reactie. ‘Blij verrast door je email, dat waardeer ik bijzonder. Met mij gaat het op zich goed. Ik heb het, zoals het geloof ik heet, een mooi plekje kunnen geven. Heel veel gedaan en geregeld, dat is bijna klaar. Nog een paar zaken m.b.t. belastingen enz., komt vast goed. Nu nog de vele verhuisdozen opruimen/wegwerken. Lijkt me leuk om even met elkaar te praten.’

 

Vlak voor m’n vakantie belden we. Het voelde allemaal wel ok. ‘Hoeveel dozen staan er in je huis?’, informeerde ik voorzichtig. ‘Nou, drie in de gang, die staan er al maanden. En in de woonkamer staat ook nog een aantal. En tja, de berging staat eigenlijk helemaal vol, m’n fiets kan er nog net bij.’ Ik liet een stilte vallen. ‘Hoe ga je dat allemaal aanpakken? Welke stok heb je achter de deur?’ ‘Eigenlijk geen’, zei Jan. ‘Wat zou je ervan vinden als ik je zou helpen met het leeghalen van die dozen?’ Ik hoorde hem denken. ‘Daar ga ik over nadenken!’, zei hij bijna enthousiast.

En vorige week belden we dus. Het verdrietige gevoel was aan t slijten, zeker in vergelijking met hoe het was aan het begin van het jaar. Dat kreeg steeds meer een goede plek. Hij was door de spullen van zijn ouders aan t gaan en had geen deadline in gedachten om daar op een bepaald moment mee klaar te zijn. Het gaat gewoon zijn gangetje. En het mooiste dat hij vertelde was dat het hem lukt om zelf keuzes te maken. Hoe heerlijk is dat? En helemaal goed natuurlijk.

Niemand.

Niemand.

Niemand.

Begin mei ontmoet ik Marion. Ik hoor aan haar stem én haar verhaal door de telefoon dat ze helemaal in paniek is. Ik stel voor dat ik meteen ’s avonds langskom. Dat stelt haar wat op haar gemak.

Mei 2021

‘Dat jij ’s avonds werkt,’ zegt ze bij binnenkomst. Ik kom binnen in een ontploft huis. Overal papier, boeken, verdorde planten, dozen, verzorgingsproducten, schoonmaakmiddelen, spulletjes, kleding. Twee laptops op tafel en een verslagen dame aan tafel. Een dame van midden zestig die twee weken daarvoor haar partner Pieter is verloren.

Ze weet niet waar ze moet beginnen. Ze heeft niemand met wie ze kan overleggen en ze is vooral bang en onzeker. Ook bang voor de digitale wereld. ‘Dat deed Pieter altijd,’ zegt ze. ‘En de administratie, hoe moet dat nu?’ Ik vraag wat ze bedoelt. ‘Nou, de belastingaangifte bijvoorbeeld. Ik weet m’n wachtwoord niet en heb dat nog nooit gedaan.’ Écht blinde paniek.

Het huis waar we elkaar treffen, is het huurhuis van Pieter waar zij samen de afgelopen dertig jaar hebben gewoond. Ze heeft ook nog haar eigen huurhuis. Net voordat Pieter overleed, hebben ze een geregistreerd partnerschap geregeld. En dat is te laat; ze mag waarschijnlijk niet blijven wonen in dit huis. Ondanks dat iedereen weet dat zij al jaren ook op dit adres woont. Haar wereld staat echt op z’n kop.

Ze heeft letterlijk adem te kort en hyperventileert bijna. Haar wangen worden steeds roder. Ze is chronisch ziek en heeft geen kinderen of andere mensen die ze om hulp kan vragen. Ze is opgelucht en verrast dat ik meteen kom. Ze zet koffie voor ons en loopt vervolgens helemaal leeg. Door het stellen van wat vragen krijg ik een aardig beeld van de situatie.

Pieter deed altijd alle administratieve zaken, ook voor Marion, waaronder die belastingaangifte. Alle wachtwoorden heeft hij in een digitale kluis gezet. Marion is, zoals ze zelf zegt, erg dom met computers. ‘En ik voel me zo onzeker.’

Ik zeg tegen haar dat ik het erg stoer vind dat ze dit zomaar tegen een wildvreemde durft te zeggen. ‘Iedereen heeft Outlook en Windows, Pieter gebruikte Linux en dat kennen veel mensen niet. Hij had dat ook op mijn laptop geïnstalleerd. Ik kan nergens bij en ik weet niet hoe het moet. Moet ik dan niet een andere computer kopen?’ Haar gedachten vliegen heen en weer. ‘Ik heb al jaren niet meer ingelogd bij mijn banken, die banken veranderen iedere keer de manier waarop ik moet inloggen en ik durf het niet. Ik weet niet wat kan er allemaal kan gebeuren.’

Het is inmiddels half tien, het is tijd om te stoppen. Voordat ik vertrek, zeg ik tegen Marion dat ze me altijd mag bellen als ze een vraag heeft of gewoon even wil kletsen, haar gedachten wil ordenen. In de komende weken ga ik Marion helpen om haar twee huizen op te ruimen en er één huishouding van te maken.

Ik ben onder de indruk van deze dame. Het doet me verdriet dat er mensen zijn die werkelijk niemand in hun buurt hebben om even mee te overleggen over gewone dagelijkse dingen. Het doet gewoon pijn.

Nou begrijp ik het ….

Nou begrijp ik het ….

Nou begrijp ik het ….

Vorig jaar verhuisde de vader van een vriendin naar een verpleegtehuis en haar moeder moest helaas worden opgenomen op een afgesloten afdeling. En daar zat ze. Het verdriet over haar ouders, alles er omheen regelen, een drukke baan en een vol ouderlijk huis dat ook nog eens in het zuiden van het land staat en zij in het midden van het land woont.

Maart 2021

Vorig jaar verhuisde de vader van een vriendin naar een verpleegtehuis en haar moeder moest helaas worden opgenomen op een afgesloten afdeling. En daar zat ze. Het verdriet over haar ouders, alles er omheen regelen, een drukke baan en een vol ouderlijk huis dat ook nog eens in het zuiden van het land staat en zij in het midden van het land woont.

Ze vroeg onze hulp en samen met haar gezin hebben we een weekend lang spullen van zolder gehaald, gesorteerd en in verschillende hoeken neergezet voor de stort, kringloopwinkel of opslag. Op een bepaald moment trok ze het niet meer. Ze was zo moe en ze wilde over alles wat door haar handen ging een beslissing nemen. En ik was juist zo lekker bezig, ik begreep het niet. We dronken een kop thee, verlaagden het tempo en gingen toch weer verder. Inmiddels zijn haar beide ouders overleden, het huis is verkocht en nu heeft ze nog een  opslagruimte met spullen.

Half oktober overleed, totaal onverwacht mijn moeder. Ze is 86 jaar geworden en heeft een mooi leven gehad. Samen met mijn broers zijn we bezig om ons ouderlijk huis op te ruimen en verkoopklaar te maken.

Nuchter als ik ben, was ik van plan om ‘even’ op een ochtend te beginnen met het leeghalen van kledingkasten in de ouderlijke slaapkamer. Muziekje erbij, kop koffie in de hand en vuilniszakken paraat.

En daar begon ik, in de rechterkast, bovenste plank. Wat truien, tassen en ondergoed. En toen wat onbekends. Althans op dat moment. Ik trok de stapel naar voren en haalde deze uit de kast. Een gevuld plastic zakje en een stapel zakdoeken. In het zakje zaten de trouwhandschoenen van mijn moeder en de zakdoeken waren van mijn vader. Voor de goede orde, mijn vader overleed in 1992. Ik herkende die zakdoeken die ik als kind vaak heb gestreken. En ja hoor, daar kwamen de tranen….

Toen ik wat was bijgekomen, begon ik aan de volgende kast. Een stapel zakdoekjes, met een zakdoekje dat ik ooit aan mijn oma heb gegeven. Er zat namelijk een briefje bij dat mijn moeder had geschreven namens mij. Ik was drie. Dat had mijn moeder allemaal bewaard.

Na ongeveer drie uur was ik vier kasten verder en bekaf. Dat even opruimen kostte toch een energie. Dat kwam natuurlijk door al die emoties die loskwamen bij het zien van onze familiegeschiedenis uit de kasten.

Ik begreep nu ook heel goed wat mijn vriendin bedoelde toen ze zij dat ze zo moe werd tijdens het opruimen in haar ouderlijk huis.

Eerlijk gezegd, ben ik blij dat ik nu weet hoe het voelt. Als ik jou mag helpen bij het opruimen van je (ouderlijk) huis houd ik daar rekening mee. Ik doe namelijk niets liever dan opruimen! En als ik je daarbij kan helpen, graag. Jij bepaalt het tempo waarin we aan de slag gaan met jouw spullen.Vul het contactformulier in dan neem ik contact met je op.