In 2020 overleed mijn moeder

In 2020 overleed mijn moeder

In 2020 overleed mijn moeder

In 2020 overleed mijn moeder. Gelukkig voor haar was ze niet ziek en overleed ze met ons om haar heen. In coronatijd hielden we met dertig dierbaren een afscheidsbijeenkomst. Geen mis in de kerk met zo’n kleine groep, dat voelde niet goed.  Haar kist stond in het midden en wij zaten, bijna gezellig, om haar heen. Natuurlijk waren we verdrietig en ook weer dankbaar dat ze zolang bij ons was. Ze is 86 jaar geworden.

Na een paar weken brak het moment aan om haar huis leeg te halen. Da’s makkelijk gezegd in één zin. De praktijk bleek anders. Op een dag dacht ik wel even de linnenkasten op de slaapkamer aan te pakken. Vol goede moed opende ik de eerste kast. Ik pakte een stapel lakens en legde die op bed. Wat lag daar nou achteraan in die kast? Aan de ene kant nieuwsgierig en aan de andere kant, tja wat voor gevoel was dat? Ik nam het stapeltje spullen in m’n hand en ging op bed zitten.
Wat zijn dit dan? Toen zag ik het. Dunne, doorzichtige witte handschoenen. Van die lange die tot je elleboog reiken. En wat was dat? Een klein wit tasje van dezelfde stof. Ik barstte in huilen uit. Bij de volgende kast gebeurde hetzelfde. Ik vond een doosje met een zakdoekje met geborduurde bloemetjes en een sinterklaasgedichtje. 
Het was een sinterklaascadeautje dat Sint namens mij aan mijn oma heeft gegeven op 5 december ergens in de jaren zestig van de vorige eeuw…. Dat had mijn moeder dus al die tijd bewaard.

Met het opruimen van de kasten is het goed gekomen. Naarmate de tijd verstreek, lukte het beter om aan de slag te zijn in het huis van mijn moeder. En af en toe nog wel een traan.
En die handschoenen en dat tasje? Die droeg mijn moeder toen ze met mijn vader trouwde in 1962.

Het tempo waarin je opruimt bepaal je helemaal zelf. Je wordt soms overvallen door emoties en herinneringen komen boven. Dat kost tijd en dat is dan maar zo. Dat hoort er gewoon bij en overkomt ons allemaal. Als je eenmaal aan de slag bent, kom je in een soort flow waardoor je sneller en makkelijker kiest wat je met spullen wil. En lukt het je niet om op te ruimen, ik help je. En neem zakdoeken mee. Neem contact met me op.

 

Jan

Jan

Jan

Via een uitvaartverzorger was Jan aan mijn naam gekomen. Z’n vader was overleden en nu zocht hij hulp met het leeghalen van het appartement. Op een frisse maandag trof ik Jan aan in het huis van zijn vader. De eettafel stond er nog met twee stoelen, een paar ietwat verlepte planten, een bed dat niet meer was opgemaakt. Wat serviesgoed op het aanrecht. Stapeltjes kleding in de linnenkast.

Jan had een lijst met wat weg kon en wat moest blijven. Sommige spullen zou hij nog proberen te verkopen, andere spullen zou hij meenemen. Samen liepen we door de kamers. Hij meldde terloops dat hij verzamelt en een huis vol heeft dat eigenlijk ook wel eens opgeruimd moet worden. Maar ja, hoe begin je daaraan? En hoe maak je keuzes?

Op een dinsdag in mei was ik weer in het appartement van zijn vader want alle overgebleven spullen werden opgehaald. Ik raadde Jan om die dag niet in het huis van zijn vader te zijn. Je gaat toch de mensen op hun handen kijken. En als er per ongeluk iets kapot valt dan voelt dat voor jou heel anders dan voor iemand die die vaas laat vallen.

Eind juli mailde ik Jan want ik was benieuwd hoe het met hem ging. Of hij het een idee vond om een keer te bellen. Ik kreeg een dag later reactie. ‘Blij verrast door je email, dat waardeer ik bijzonder. Met mij gaat het op zich goed. Ik heb het, zoals het geloof ik heet, een mooi plekje kunnen geven. Heel veel gedaan en geregeld, dat is bijna klaar. Nog een paar zaken m.b.t. belastingen enz., komt vast goed. Nu nog de vele verhuisdozen opruimen/wegwerken. Lijkt me leuk om even met elkaar te praten.’

 

Vlak voor m’n vakantie belden we. Het voelde allemaal wel ok. ‘Hoeveel dozen staan er in je huis?’, informeerde ik voorzichtig. ‘Nou, drie in de gang, die staan er al maanden. En in de woonkamer staat ook nog een aantal. En tja, de berging staat eigenlijk helemaal vol, m’n fiets kan er nog net bij.’ Ik liet een stilte vallen. ‘Hoe ga je dat allemaal aanpakken? Welke stok heb je achter de deur?’ ‘Eigenlijk geen’, zei Jan. ‘Wat zou je ervan vinden als ik je zou helpen met het leeghalen van die dozen?’ Ik hoorde hem denken. ‘Daar ga ik over nadenken!’, zei hij bijna enthousiast.

En vorige week belden we dus. Het verdrietige gevoel was aan t slijten, zeker in vergelijking met hoe het was aan het begin van het jaar. Dat kreeg steeds meer een goede plek. Hij was door de spullen van zijn ouders aan t gaan en had geen deadline in gedachten om daar op een bepaald moment mee klaar te zijn. Het gaat gewoon zijn gangetje. En het mooiste dat hij vertelde was dat het hem lukt om zelf keuzes te maken. Hoe heerlijk is dat? En helemaal goed natuurlijk.

Niemand.

Niemand.

Niemand.

Begin mei ontmoet ik Marion. Ik hoor aan haar stem én haar verhaal door de telefoon dat ze helemaal in paniek is. Ik stel voor dat ik meteen ’s avonds langskom. Dat stelt haar wat op haar gemak.

Mei 2021

‘Dat jij ’s avonds werkt,’ zegt ze bij binnenkomst. Ik kom binnen in een ontploft huis. Overal papier, boeken, verdorde planten, dozen, verzorgingsproducten, schoonmaakmiddelen, spulletjes, kleding. Twee laptops op tafel en een verslagen dame aan tafel. Een dame van midden zestig die twee weken daarvoor haar partner Pieter is verloren.

Ze weet niet waar ze moet beginnen. Ze heeft niemand met wie ze kan overleggen en ze is vooral bang en onzeker. Ook bang voor de digitale wereld. ‘Dat deed Pieter altijd,’ zegt ze. ‘En de administratie, hoe moet dat nu?’ Ik vraag wat ze bedoelt. ‘Nou, de belastingaangifte bijvoorbeeld. Ik weet m’n wachtwoord niet en heb dat nog nooit gedaan.’ Écht blinde paniek.

Het huis waar we elkaar treffen, is het huurhuis van Pieter waar zij samen de afgelopen dertig jaar hebben gewoond. Ze heeft ook nog haar eigen huurhuis. Net voordat Pieter overleed, hebben ze een geregistreerd partnerschap geregeld. En dat is te laat; ze mag waarschijnlijk niet blijven wonen in dit huis. Ondanks dat iedereen weet dat zij al jaren ook op dit adres woont. Haar wereld staat echt op z’n kop.

Ze heeft letterlijk adem te kort en hyperventileert bijna. Haar wangen worden steeds roder. Ze is chronisch ziek en heeft geen kinderen of andere mensen die ze om hulp kan vragen. Ze is opgelucht en verrast dat ik meteen kom. Ze zet koffie voor ons en loopt vervolgens helemaal leeg. Door het stellen van wat vragen krijg ik een aardig beeld van de situatie.

Pieter deed altijd alle administratieve zaken, ook voor Marion, waaronder die belastingaangifte. Alle wachtwoorden heeft hij in een digitale kluis gezet. Marion is, zoals ze zelf zegt, erg dom met computers. ‘En ik voel me zo onzeker.’

Ik zeg tegen haar dat ik het erg stoer vind dat ze dit zomaar tegen een wildvreemde durft te zeggen. ‘Iedereen heeft Outlook en Windows, Pieter gebruikte Linux en dat kennen veel mensen niet. Hij had dat ook op mijn laptop geïnstalleerd. Ik kan nergens bij en ik weet niet hoe het moet. Moet ik dan niet een andere computer kopen?’ Haar gedachten vliegen heen en weer. ‘Ik heb al jaren niet meer ingelogd bij mijn banken, die banken veranderen iedere keer de manier waarop ik moet inloggen en ik durf het niet. Ik weet niet wat kan er allemaal kan gebeuren.’

Het is inmiddels half tien, het is tijd om te stoppen. Voordat ik vertrek, zeg ik tegen Marion dat ze me altijd mag bellen als ze een vraag heeft of gewoon even wil kletsen, haar gedachten wil ordenen. In de komende weken ga ik Marion helpen om haar twee huizen op te ruimen en er één huishouding van te maken.

Ik ben onder de indruk van deze dame. Het doet me verdriet dat er mensen zijn die werkelijk niemand in hun buurt hebben om even mee te overleggen over gewone dagelijkse dingen. Het doet gewoon pijn.

Nou begrijp ik het ….

Nou begrijp ik het ….

Nou begrijp ik het ….

Vorig jaar verhuisde de vader van een vriendin naar een verpleegtehuis en haar moeder moest helaas worden opgenomen op een afgesloten afdeling. En daar zat ze. Het verdriet over haar ouders, alles er omheen regelen, een drukke baan en een vol ouderlijk huis dat ook nog eens in het zuiden van het land staat en zij in het midden van het land woont.

Maart 2021

Vorig jaar verhuisde de vader van een vriendin naar een verpleegtehuis en haar moeder moest helaas worden opgenomen op een afgesloten afdeling. En daar zat ze. Het verdriet over haar ouders, alles er omheen regelen, een drukke baan en een vol ouderlijk huis dat ook nog eens in het zuiden van het land staat en zij in het midden van het land woont.

Ze vroeg onze hulp en samen met haar gezin hebben we een weekend lang spullen van zolder gehaald, gesorteerd en in verschillende hoeken neergezet voor de stort, kringloopwinkel of opslag. Op een bepaald moment trok ze het niet meer. Ze was zo moe en ze wilde over alles wat door haar handen ging een beslissing nemen. En ik was juist zo lekker bezig, ik begreep het niet. We dronken een kop thee, verlaagden het tempo en gingen toch weer verder. Inmiddels zijn haar beide ouders overleden, het huis is verkocht en nu heeft ze nog een  opslagruimte met spullen.

Half oktober overleed, totaal onverwacht mijn moeder. Ze is 86 jaar geworden en heeft een mooi leven gehad. Samen met mijn broers zijn we bezig om ons ouderlijk huis op te ruimen en verkoopklaar te maken.

Nuchter als ik ben, was ik van plan om ‘even’ op een ochtend te beginnen met het leeghalen van kledingkasten in de ouderlijke slaapkamer. Muziekje erbij, kop koffie in de hand en vuilniszakken paraat.

En daar begon ik, in de rechterkast, bovenste plank. Wat truien, tassen en ondergoed. En toen wat onbekends. Althans op dat moment. Ik trok de stapel naar voren en haalde deze uit de kast. Een gevuld plastic zakje en een stapel zakdoeken. In het zakje zaten de trouwhandschoenen van mijn moeder en de zakdoeken waren van mijn vader. Voor de goede orde, mijn vader overleed in 1992. Ik herkende die zakdoeken die ik als kind vaak heb gestreken. En ja hoor, daar kwamen de tranen….

Toen ik wat was bijgekomen, begon ik aan de volgende kast. Een stapel zakdoekjes, met een zakdoekje dat ik ooit aan mijn oma heb gegeven. Er zat namelijk een briefje bij dat mijn moeder had geschreven namens mij. Ik was drie. Dat had mijn moeder allemaal bewaard.

Na ongeveer drie uur was ik vier kasten verder en bekaf. Dat even opruimen kostte toch een energie. Dat kwam natuurlijk door al die emoties die loskwamen bij het zien van onze familiegeschiedenis uit de kasten.

Ik begreep nu ook heel goed wat mijn vriendin bedoelde toen ze zij dat ze zo moe werd tijdens het opruimen in haar ouderlijk huis.

Eerlijk gezegd, ben ik blij dat ik nu weet hoe het voelt. Als ik jou mag helpen bij het opruimen van je (ouderlijk) huis houd ik daar rekening mee. Ik doe namelijk niets liever dan opruimen! En als ik je daarbij kan helpen, graag. Jij bepaalt het tempo waarin we aan de slag gaan met jouw spullen.Vul het contactformulier in dan neem ik contact met je op.

Ruim jij op voor je doodgaat?

Ruim jij op voor je doodgaat?

Ruim jij op voor je doodgaat?

5 Tips om het je nabestaanden makkelijker te maken als je eenmaal overleden bent.

Gek om te praten over de situatie na je overlijden, of toch niet?

Januari 2021

Je kent ze misschien wel; mensen die op hun sterfbed nog bepalen welke wensen ze hebben over de begrafenis, wat ze willen met de spullen in hun huis. ‘Enne denk je eraan dat …’, nou dat dus. Dat wil je toch niet?

Kun jij het je voorstellen?

Probeer je de situatie eens voor te stellen als jouw uitvaart achter de rug is. Je kinderen hebben voordat je overleed, naast hun baan en hun eigen leven, voor je gezorgd; iedere keer met je mee naar het ziekenhuis, erbij zijn als de huisarts weer langskwam, je was doen, eten koken, boodschappen, overleg met de buurt- of thuiszorg, administratie. Nu ben je er niet meer. Na een mooi afscheid blijkt pas hoe moe ze zijn. Ze willen tijd besteden aan hun eigen gezin, hun eigen leven.

Al die spullen, jouw spullen.

Nu zijn er nog jouw spullen en misschien je huis. Een leven lang in kasten, op zolder, foto’s, kleding, boeken. Dat moeten ze allemaal nog uitzoeken, verdelen, weggeven, misschien toch weggooien. Hoe mooi zou het zijn voor jezelf en je naasten als je hebt opgeruimd voor je gaat? In alle rust kun je dat voorbereiden, opnieuw door je spullen en bepalen wat ermee moet gebeuren.

Een Zweedse dame, Margareta Magnusson, ergens tussen de ‘tachtig en honderd’ zoals ze zelf zegt, deelt in haar boek ‘Opruimen voor je doodgaat’ haar gedachten over dit fenomeen. 

Ze is verschillende keren over de hele wereld verhuisd en heeft daardoor veel ervaring met kiezen tussen haar spullen. Wat neem ik mee en waarmee kan ik een ander een plezier doen. De manier waarop ze dat schrijft, geeft een warm gevoel: bijna gezellig!

Aan de hand van tips van Margaretha en van mij, krijg je een aantal tips om het voor jezelf makkelijker te maken om alvast op te ruimen voor je doodgaat.

Geef met warme hand.

Oftewel weggeven als je nog leeft. Iedere keer als Margareta bij haar moeder kwam, gaf die haar een mooi tafelkleed met bijbehorende servetten of borden van een mooi servies. Haar moeder gebruikte het immers nier meer. Althans niet in de aantallen van vroeger. Margareta is eerlijk; zadel anderen niet op met de spullen die jij mooi of bijzonder vindt. Bepaal niet voor een ander dat het schilderij heel goed past in het huis van je zoon of dochter. Accepteer dat zij een andere smaak hebben. Juist het bij leven geven van spullen aan een ander waarvan je weet dat zij of hij gek is om dat servies of vaas geeft een heerlijk gevoel.

Boeken gaan op reis.

Als ik een boek heb gelezen en een vriendin wil het graag lezen dan vraag ik het niet meer terug. Het boek gaat als het ware ‘op reis’. Mijn vriendin leest het vast met veel plezier en geeft het weer door aan een ander.

Geniet van je spullen.

Margareta geniet als ze door haar spullen gaat. Ze waardeert opnieuw haar spullen.  Ze beleeft weer opnieuw het moment waarop ze de spullen kreeg of kocht. Haar hoofd vult zich met de gedachten uit die tijd. Een mooi tijdverdrijf toch? En daarna maakt ze de keuze wat ze er meedoet. Opgeruimd staat netjes.

De ‘weggooi’ doos.

Het mooiste cadeau dat ze zichzelf geeft is een doos, zo groot als een schoenendoos, waar ze tijdens het opruimen hele persoonlijke spullen in doet waar ze nog geen afscheid van wil nemen. Souvenirs, programma’s van theatervoorstellingen, brieven, krabbeltjes. Af en toe pakt ze de doos, en leest die ene brief nog een keer of bekijkt ze het souvenir. Spullen die voor een ander totaal geen waarde hebben en voor haar enorm belangrijk zijn. Op de deksel van de doos staat ‘weggooien’. Als ze er straks niet meer is, mag de inhoud, inderdaad, worden weggegooid.

Je houdt zelf de regie.

Mensen willen over het algemeen onafhankelijk zijn en blijven. Ook als ze ouder worden. Soms is het ook wel eens fijn als een ander voor jou iets bepaalt toch? Bij leven kun je dus nog heel goed als regisseur optreden. Jij bepaalt wat er gebeurt bij het opruimen voor je doodgaat. Welke ruimte in huis pak je als eerste aan? Wat doe je met de spullen waar je afscheid van neemt?

Er is hulp. 

Het is best een stap om op deze manier naar je situatie en je spullen te kijken. Je eerste reactie kan best zijn; ‘oh, ik moet dus nu maar alles wegdoen’. Je kunt het ook zien als een reis. Je bent zelf de reisleider, je houdt de regie en bepaalt wanneer je wat gaat doen. Je hoeft dit niet alleen te doen, ik help je. Heb je nog reisgezelschap ook.

Opruimen voor je doodgaat is zo gek nog niet.

Het grootste cadeau geef je je nabestaanden. Zij krijgen tijd om te rouwen en weer terug te keren naar hun eigen leven. Het enige dat ze moeten doen is jouw doos weg te gooien. Je doet jezelf een plezier door je spullen opnieuw te waarderen, je kunt er de tijd voor nemen en jij blijft baas over je eigen spullen. Hoe lijkt het je om iets waardevols of moois aan iemand te kunnen geven waarbij je een stukje geschiedenis kunt vertellen? Het is handig om een plan van aanpak te maken. Wanneer ga je beginnen? Welke ruimte pak je als eerste aan? Wat ga je doen met alle spullen?